Dag 19: Oostvleteren – Rijswijk

De Achterhoekse band Normaal zong het al in hun nummer Oerend Hard: “Maar zoals altied kwam an dat gejakker een end“. Ik ga er wel van uit dat ik onderweg niet zoals Bertus en Tinus ‘n zatte kearl tegenkom. Naar ik begrijp vind het thuisfront het wel genoeg geweest. De betere helft roept al vanaf het begin “Wanneer kom je dan weer thuis”. Het is mooi tijd om de reis te beëindigen. Voordat ik iets vertel over die laatste dag moet ik natuurlijk eerst iets vertellen over de laatste avond.

Was restaurant ‘t Molenhof veel leuker en smakelijker eten dan café In de Vrede? Kort gezegd, ik heb er geweldig gegeten. Wat uitgebreider: De steak was groot, de salade was flink aan de maat en de hoeveelheid frites bleef niet achter. De bereiding was geweldig. Bovendien heeft restaurant ‘t Molenhof een heel uitgebreide bierkaart met een selectie hele goede Belgische bieren. Ik kon niet kiezen. Gelukkig was de madam van het café wel zo duidelijk, ik moest toch ook een Vleterens bier van de Struise Brouwers proeven. Daarna was de keuze snel gemaakt. Ik heb er een Imperial Stout van de Struise brouwers gedronken en een Tripel van Sint Bernardus.

Dus het eten was geregeld. En de gezelligheid dan? Die was er ook. Aan een tafel verderop zaten twee heren, die het duidelijk ook naar hun zin hadden. Ze waren druk in gesprek met elkaar in een dialect dat ik noch kon thuisbrengen noch kon verstaan. Uiteindelijk begonnen ze in het Nederlands het gesprek met mij. Het waren twee veeboeren, neven van elkaar. Tweemaal per jaar gingen ze met z’n tweeën ergens eten voor de verjaardag van één van hen. Vandaag was zo’n dag. Gefeliciteerd dus. Daarna hebben we gedrieën de gangbare zaken besproken: Waar komt u vandaan? Wat voor bedrijf heeft u? Zij hadden varkens en koeien, ik een vrouw en twee zonen. Economie, politiek, stikstof-gedoe, etc. . . .

Toen ik terugkwam in de B&B stond er een schaal op tafel met een briefje erbij “Neem gerust. Smakelijk. ;-)”. Eerder op de avond was Françoise begonnen met het maken van vla met koekjes. Ik had al wat gehengeld, dat het zo lekker rook. Nou, de boodschap was ontvangen. Het was heerlijk, lekker iets ouderwets. Overigens zat ik daarna wel overvol van het eten en drinken in het restaurant en de lekker vla van Françoise. Maar ik sliep als een roos.

De volgende ochtend waren we al vroeg op. Françoise en Walter waren aan het ontbijt in de keuken. Voor mij was een tafel gedekt in de kamer ernaast. Ik moest nog wat spullen in de koffers stoppen. Terwijl ik daarmee bezig was kwam de zoon – Siegfried – aangelopen. Hij had van zijn ouders gehoord dat er een motorrijder in de B&B logeerde. Ik had al van Walter en Françoise begrepen dat hun zoon ook motor rijdt. Hij was vooral verbaasd, omdat: “Ik heb net precies zo’n motor gekocht”.

Daarna begonnen we een heel gesprek over zijn en mijn motorervaringen, nadat we eerst hadden gecheckt hoe precies hetzelfde is. Hij heeft de Centenario versie, ik heb een Atlante Blu versie. Ik heb er koffers aan gehangen, hij twijfelt nog over koffers of tassen. Ik heb een hoge ruit, hij vroeg zich af of die wat uitmaakte. Hij heeft nu een Triumph Street Triple, die ken ik wel want mijn neef heeft er ook een. Hij noemt hem een naaimachine (vanwege het geluid), mijn neef heeft het over de damesfiets (vanwege de door zijn vrienden veronderstelde ondermaatse cilinderinhoud).

Dat gesprek hebben we voortgezet aan de ontbijttafel en heeft nog een hele tijd geduurd. Totdat Siegfried weer naar zijn werk moest. Hij heeft al wat jaren geleden de huisartspraktijk van zijn vader overgenomen. Er moest gewerkt worden. Ondertussen hoorden Walter en Françoise het gesprek aan. Nadat Siegfried was vertrokken hebben we nog een hele tijd over van alles en nog wat zitten natafelen. Op een gegeven moesten we het gepraat maar eens stoppen, want de kleinkinderen zouden langskomen en dat moest worden voorbereid. Voor mij stond immers de reis naar huis op de planning. Wat een gezellig begin van de dag.

Blijft er na zulke verhalen nog wel ruimte voor iets over een terugreis kun je je afvragen. Laat ik het zo zeggen. De dag dag begon behoorlijk fris, zo’n 3º, er stond een beetje wind en het was zonnig. Ik had de handschoenverwarming aan, de motor reed goed door (nog steeds wat rare elektronische dingetjes) en ik verreed me een keer bij Antwerpen. De hele rit terug heb ik vooral zitten nagenieten van het verblijf in en rond  B&B Eenvoud in Overvloed. Ik kan je van harte aanraden om daar ook eens langs te gaan.

De Guzzi en ik zijn weer thuis. De zonen zitten lekker te lunchen. Ik ga mijn koffers uitpakken. En genieten van ons gewoon bijzondere uitzicht.

10 antwoorden op “Dag 19: Oostvleteren – Rijswijk”

  1. Die Belgen, altijd weer gezellig!maar al met al heb je een heel bijzondere reis achter de rug. Wat een geweldige ervaring om op terug te kijken! En wij hebben genoten van je reisbeschrijvingen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *