Dag 04. Vogezen – Aosta, het verhaal zonder internet

(Gisteravond had ik geen of heel beperkt internet. Daardoor was het wel lekker rustig schrijven. Dus houd je vast het is een heel verhaal geworden.)

Het wordt echt tijd om de Alpen te gaan beklimmen. Er zijn daar wel honderden bergjes en bergen in de Alpen. Er zijn evenveel wegen en passen om er tussendoor te rijden. Enige keuzestress maakte zich aanvankelijk in aanloop naar deze reis wel van mij meester. Uiteindelijk moest ik van mezelf maar niet te kritisch zijn.

Ik wil onderhand de Mont Blanc weer eens zien. Ik was een paar jaar geleden met Germaine in Chamonix. Het aangezicht van deze hoogste berg in ons deel van Europa is gewoon geweldig. Daar in de buurt wil ik ook wel over de Grote Sint Bernhardpas kunnen rijden. De laatste staat in het plan voor vandaag. Dus daar gaan we dan.

Overigens, van dat bloggen kan je maar gestrest raken. De Guzzi en ik willen rijden, meters maken en samen ervaringen opdoen. Maar we willen er ook verhalen over maken en hier publiceren. Als blogger schijn je ook nog eens je verhaal te moeten vertellen op FaceBook en Instagram.

Tussendoor is WordPress zo aardig om ons op de hoogte te houden van de statistieken. Hoeveel en wat voor soort kijkers hebben we? Waar komen ze vandaan? En wat vinden ze ervan?

Tegelijkertijd hebben we ook nog een thuisfront. Dat kijkt het allemaal wat meewarig aan. Misschien heb ik een “mid-life crisis”, maar zij willen ook aandacht. Of zijn ze eerder blij dat ik even aan de kant ben?

Er schreeuwen hier soms verschillende, tegenstrijdige prioriteiten tegelijkertijd om evenveel – sommige om de meeste – aandacht. Mijn hoofd tolt er wel eens van. Een blog is wel een leuk middel om jullie op de hoogte te houden van onze wederwaardigheden. Maar ik moet ook de rust van de Guzzi en mijzelf bewaken.

Dus vandaag doen we na deze uitvoerige introductie een kort verhaal. We gaan een heel eind rijden, waarschijnlijk een vrij eentonig stuk snelweg of zo. Dan rijden we over de Grote Sint Bernhardpas, daar is waarschijnlijk geen mooi uitzicht te vinden. En we landen dan uiteindelijk in Aosta, daar ben ik nog nooit geweest dus daarover kan ik niets vertellen. Alles bij elkaar zijn dat toch voldoende elementen om er geen verhaal van te maken. Toch? Ik ben benieuwd.

De woorden hiervoor schreef ik de avond voordat ik op pad ging, op naar de Grote Sint Bernhardpas. Misschien mopperde ik wat over stress en dat soort dingen. Zoiets ziet er na een goede nacht rust heel anders uit. Bovendien verliep de dag erna heel anders dan ik wilde voorzien.

Het weer was weer mooi, zoals de dag ervoor. Meteen weer een aangename temperatuur met een flinke zon en de vlakte richting de Eifel lag onder een stevig heiig dek. Ja, de snelweg zelf was niet heel bijzonder, asfalt is asfalt. Hooguit verbaasde ik me wel eens over de hoeveelheid wegwerkzaamheden en de soms flinke hoeveelheden beton die in Zwitserland worden gebruikt voor bakken om de snelwegen in te leggen en toegangen tot de tunnels door de bergen te fabriceren. Ze hebben daar waarschijnlijk steen genoeg om als vulmateriaal te gebruiken.

Maar . . . Het landschap om de snelweg bood wel een hele variatie aan beelden. In de Vogezen aanvankelijk veel wijnbouw, overgaande in vlaktes vol met mais. Naarmate we Zwitserland inreden werden de heuvels steeds bergachtiger. Grote heuvels waren keurig geknipte grasvelden met hier en daar een koe. Tussendoor reed een trein van kleine plaatsen naar grotere plaatsen. De huisjes werden steeds meer de bekende gezellige Zwitserse houten huisjes met bakken gevuld met geraniums aan het balkon. Het beeld van een modelbouw landschap voor de modelbouw trein was absoluut compleet.

Voorbij Basel maakte ik een eerste stop. Even de benen strekken, een drankje en een snackje. We parkeerden naast een groene Nederlandse motor. Op een grasveld boven de parkeerplaats zat een motorrijder in een hoekje wat rek- en strekoefeningen te doen. Daarna was hij nog een tijdje bezig met zijn telefoon. Als afsluiter bracht hij een bezoekje aan de struiken. Toen ik klaar was met mijn pauze en slenterde terug naar de motor. Toch bleef ik wat dralen bij de Guzzi.

Toen de andere motorrijder aangelopen kwam opende hij het gesprek: “Zo, een echte Guzzi, mooi joh.” Hij sprak met een zwaar Italiaans accent. Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte, maar dat was niet zo. Hij heette Manuele, een Italiaan uit Sardinië. Dat kreeg ik al snel mee. “En daar spreken ze Italiaans?”, vroeg ik maar heel onnozel. Het verhaal zat iets anders in elkaar. Manuele woont al twintig jaar in Nederland en hij is onderweg naar Sardinië.

Manuele houdt van motoren en motorrijden. Vroeger in zijn dorp reed een oude man op een Moto Guzzi, een California. Hij wist niet meer zeker of het een 850 of een 1100 was. Hoe dan ook, sinds die tijd wilde hij motorrijden en ooit eens Moto Guzzi. Voor de niet-ingewijden: die nummers naar de cilinderinhoud van de motor. De echte kenners weten daaruit af te leiden over welke jaartallen we dan praten. Ik haal eruit dat Manuele en ik niet veel in leeftijd schelen, hij is 58 jaar.

De motorcarrière van Manuele kende een aantal Italiaanse motoren, Ducati’s. Mooie machines, maar hij had er altijd problemen mee. Er vielen dingen af en uit. Er was een tijd dat Italianen erg goed waren in het creëren van producten die uitblonken in zulke kenmerken. Hij vroeg zich af hoe dat nu met zo’n moderne Guzzi is. In het bijzijn van de ons inmiddels bekende Guzzi moest ik me wat op de vlakte houden. Ik hem voorzichtig verteld, dat een moderne Guzzi er ook nog wat van kan, maar dat dat ook een beetje hoort bij het karakter.

“Zo, een flinke reis lijkt me dat, zo met de motor naar Sardinië.” Zei ik. Nou, Manuele’s plan was om via Milaan naar Genua te rijden en daar de boot te nemen. . . . “Hij was eraantoe . . . Hij moest eruit. . . . Hij wil daar met vrienden gaan toeren. . . . Zoals vroeger.” Die laatste opmerkingen kwamen er met een stevige snik uit. Manuele vervolgde zijn verhaal. “Dat hij na zijn vakantie afspraken had. . . . In het Antonie van Leeuwenhoek.” Ik had wel een gevoel wat dat kon betekenen. “Daar ga je meestal niet zomaar op afspraak.” Zei ik maar luchtigjes.

Daarop kwam het hele verhaal eruit: Manuele had een goedlopend Italiaans restaurant in Almere. Dat heeft hij inmiddels van de hand gedaan. Hij heeft een bijzondere vorm van kanker in de longen. Hij heeft al verschillende behandelingen achter de rug, maar hij voelt zich nog steeds niet beter. De behandelingen kosten hem steeds veel energie, tussendoor heeft hij wat tijd om iets te ondernemen. Dit is nu zijn kans om nog eens met vrienden te gaan rijden op Sardinië.

We hebben er nog een tijd met elkaar over staan praten. Het is toch indrukwekkend wat mensen meemaken en hoe ze zo erover durven te spreken met een wildvreemde. Hij is nu op reis, zoals hij wil. Hij rijdt een uur en neemt dan zijn rust. Hij komt vast goed op Sardinië aan. Hij gaat het daar naar zijn zin hebben met zijn vrienden. Net zoals vroeger. En misschien komt die Moto Guzzi er ook nog aan. We hebben elkaar meerdere keren de handen geschud, afscheid genomen en gezegd dat we elkaar misschien nog tegenkomen onderweg.

Het is een heel verhaal geworden. Maar al rijdende door Zwitserland moest ik toch heel wat keren aan Manuele denken. Ik ben vergeten om een selfie van ons beiden te maken. We hebben geen gegevens uitgewisseld. Hij rijdt over dezelfde wegen als ik. Had ik samen met hem wat etappes moeten rijden? Of was dat ongepast misschien? Een paar maal hoorde ik vandaag op een parkeerplaats een zwaardere Kawasaki voorbijkomen. Misschien komen we elkaar toch nog tegen.

Bijzondere ontmoetingen, het waren er meerdere vandaag. Eenmaal probeerde iemand bij een kassa mij op te lichten. Hij kon wel mijn Euro’s ruilen voor zijn Zwitserse Franken. Hij had het geld uit mijn portemonnee al uitgeteld voordat ik eraan toe was. Ik heb hem vriendelijk bedankt voor zijn hulp. Toen droop hij beteuterd af. Een ander keer kocht ik – bovenop de Grote Sint Bernhardpas – een glas limonade en een stuk pruimentaart. Het meisje van de bar zei dat ik er beter een paar chocolaatjes bijkocht. Dan hoefde ik door het hogere bedrag minder te betalen voor het afrekenen met een betaalkaart. Haar heb ik ook vriendelijk bedankt voor de tip. We waren allebei blij.

Na zo’n lang verhaal over de snelweg doe ik beter maar kort verslag over de rit over de Grote Sint Bernhardpas: Het is een absolute aanrader. Met die weg ben je meteen in de bergen. Je gaat via een groot aantal – soms krappe – haarspeldbochten omhoog en omlaag. Heerlijk. Ik was er wel aan toe. De Zwitserse wegenbeheerder was nog bezig met het onderhoud aan de weg. Dat maakt het meteen een heel stuk avontuurlijker. Aan de Italiaanse kant was het asfalt van heel goede kwaliteit.

De aankomst in Aosta was even wennen. Wat een chaos: De straten zijn rommelig ingericht en liggen rommelig door de stad heen. Auto’s, motoren en fietsers rijden door elkaar en maken herrie en veel stank en rook. De inwoners lopen door elkaar tegen elkaar te schreeuwen. Ik dacht altijd dat de zuidelijke Fransen een patent hadden op zoiets. Maar kennelijk bestaat er zoiets als patent boven patent.

Ik ben blij met mijn slaapplek voor vannacht, een oude boerderij op de berg. Mijn slaapkamer heeft één stopcontact, het licht dimt zodra ik het gebruik. Er is geen internet hier. De smartphone maakt spaarzaam contact met de draadloze buitenwereld. Ik heb wel ineens zeeën van tijd om lange verhalen over anders verlopende dagen te schrijven. Hoezo FoMo? Ik mis niks, ik had internet teveel. Ik ben benieuwd hoe dat de komende dagen uitpakt.

11 antwoorden op “Dag 04. Vogezen – Aosta, het verhaal zonder internet”

  1. Net mijn boek uit, gelukkig ligt er een mooi en ontroerend kort verhaal van jou klaar. Je hoeft echt niet alles te bloggen trouwens. Mag je gewoon zelf weten. (Maar ik lees het wel graag)
    Slaap lekker!

  2. Haa haarspeldbochten. Niet vaak gereden, maar ik ben er niet kapot van. Als ik er een paar gehad heb, vind ik het al genoeg. Ik houd meer van die lange “open” bochten waar je beter ziet waar je naar toegaat en een open landschap.
    Kan natuurlijk ook aan mijn onervarenheid liggen. Meer rijden dus!
    Aan het weer zal het deze week niet liggen.
    Mooi verhaal, ga je de volgende keer naar Sardinië?

    1. Absoluut, ik ben er ook in van het overzicht. Zonder dat rijd ik rustig aan. Die haarspeldbochten brengen me zo naar plekken met nog meer overzicht, uitzicht. Sardinië . . . Leuk idee. Daarover moet ik nog nadenken.

  3. Mooi verslag! Ontroerend verhaal over Manuele. Wat bijzonder toch zulke ontmoetingen!
    We kijken uit naar je volgende blogs!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *