Eugenio leest: Twee boeken van Paul van Hooff

Belofte maakt schuld, dus hier volgt mijn verslag over het boek van Paul van Hooff Man in het zadel. Zo’n 18 jaar geleden maakte Paul een reis van het noordelijkste puntje van Noord Amerika naar het zuidelijkste puntje van Zuid Amerika. Hij reed met zijn toen al zo’n dertig jaar oude Moto Guzzi. De reis duurde zo’n 3 jaar, in die tijd legde hij zo’n 60.000 km af. Deze technische opsomming van de feiten gaf ik je een paar dagen geleden al. Vandaag wil ik je wat meer meegeven over de mens Paul, zijn motor – een Moto Guzzi – Guus en hun belevenissen. Wat mij betreft hoort hierbij ook het lezen en bespreken van Paul’s tweede boek Van hier tot Tokio.

De helden van dit verhaal, Paul en Guus

Paul van Hooff is geboren in 1964 in Kaduna, Nigeria. Zijn vader werkte daar tijdelijk als piloot van de president. Een paar maanden na zijn geboorte verhuisde het gezin, vader, moeder en een oudere broer, terug naar Nederland, naar De Zilk in Zuid-Holland. Kort daarop verhuisde zijn vader naar Engeland, het gezin bleef achter in Nederland, van vader werd niets meer vernomen. Rond zijn 4e komt zijn stiefvader in zijn leven, wat Paul betreft “zijn Pa”. Rond zijn 20e overlijdt zijn moeder. Op zijn drieëndertigste ontmoet hij eenmaal zijn vader en zijn tweede gezin in Engeland, waarvoor hij al die tijd het bestaan van zijn Nederlandse gezin heeft verzwegen. In 2010 Overlijdt zijn pa, zijn stiefvader.

Paul had al vroeg iets met motoren – op zijn dertiende koopt hij een brommertje – hij wilde van alles met motoren beleven. In zijn eigen woorden gezegd was hij een motorjunkie. Wekelijks was hij te vinden bij een motordealer, daar kwam hij tot leven. Hij was nieuwsgierig, onrustig. Bijna even frequent als zijn bezoekjes aan de motorzaak waren ruilde hij de ene motor voor de andere in. Hij deed kennis en ervaring op van het rijgedrag van allerlei typen motorfietsen. Zo reisde hij de jaren ’90 met een Moto Guzzi SP1000 onder andere naar Zuid-Spanje en via het oude Oostblok naar Griekenland. Andere keren reed hij met een Ducati 748SP Monoposto rondjes op het circuit van Assen om zijn eigen rondrijden aan te scherpen en het gevoel op te doen alsof hij een WK Superbike coureur was. Zijn hobby werd werk, hij werd freelance journalist en schrijver voor onder andere de Nederlandse motortijdschriften MotoDrive Magazine en Motor Magazine.

In 2000 maakt Paul kennis met de Moto Guzzi V7 uit 1975 die wij door zijn boeken nu kennen als Guus: “Toen ik Guus dus voor het eerst bij een Amsterdamse motordealer zag, had hij drie jaar lang zonder bescherming in een Amsterdamse achtertuin gestaan. Ik kon alleen aan de mooie ronde vormen zien dat het een Moto Guzzi V7 was, want zijn werkelijke potentie ging verborgen achter een dikke laag vieze bruine roest en witte corrosie op de aluminium delen. Niemand was in hem geïnteresseerd, maar op een of andere manier herkende ik de motor, en voorvoelde ik dat we samen groots zouden worden.” In Man in het zadel noemt Paul hem: “Guus was als het hondje in het asiel dat niemand wilde hebben. Tot zover even over de prille liefde van de man Paul voor zijn machine Guus.

Man in het zadel

In 2005 staakte Paul zijn journalistieke werkzaamheden en begon hij samen met Guus de reis die hij samenvatte in zijn boek Man in het zadel. Naar wat ik ervan begrijp ging Paul op de vlucht voor dat wat zijn leven te georganiseerd maakte, op zoek naar vrijheid, weg van regels, stress en relatieproblemen. Alles achterlaten en vertrekken, met de motor het avontuur tegemoet, over de wereld gaan. “Het is de ongeremde nieuwsgierigheid die in me zit. Als mensen zeggen dat het gevaarlijk is, dan wil ik dat met eigen ogen zien.” Zo vangt de reis dan aan: met voldoende geld op zak, zonder strak plan, zonder verwachtingen, van de noordelijkste plaats van Alaska toeren naar het zuidelijkste punt van Argentinië. Paul komt terecht op voor hem ongekende plekken, ontmoet andere mensen, maakt kennis met andere culturen en heel andere gewoonten. Alsmaar voortgaande komt hij steeds meer in een gang die deze wijze van reizen eigen is.

Halverwege de rit gebeurt iets dat voor Paul van grote betekenis wordt voor de rest van de reis, maar ook voor de rest van zijn leven. Tot dan toe leidt hij het leven van een vrije jongen: In ieder stadje een ander schatje. In Sucre, Bolivia, ontmoet hij Roxana, ze raakt in verwachting van hem, Paul voelt een grote verantwoordelijkheid voor Roxana en zijn ongeboren kind opkomen. Hij spreekt met Roxana af om zijn reis af te maken en dan terug te komen. Op het eindpunt van zijn voorgenomen reis verneemt hij dat Roxana in verwachting is van een tweeling. Op 17 oktober 2008 bevalt ze van twee zonen: Santiago en Sebastián. Hoe het verhaal daarna verder gaat vertelt dit boek eigenlijk niet met heel veel woorden. Ik kom er zo op terug.

En Guus dan? De liefde voor Guus verdiept zich tijdens de reis. In een van zijn allereerste berichten op zijn blog schrijft Paul al: “De Guzzi heeft elke aanslag op zijn gezondheid kranig afgeslagen en is bij deze heiligverklaard.”. In zijn boek Man in het zadel schrijft Paul: “Guus is de allermooiste en de allerstoerste.” Later schrijft hij over Guus tijdens deze reis als “mijn wingman, mijn gemotoriseerde rechterhand”. In 2023 laat hij in een interview optekenen: “In de loop der jaren zijn Guus en ik een beetje op elkaar gaan lijken, zoals hondenbezitters ook een beetje op hun viervoeters gaan lijken, zegt men.”

In 2014 verschijnt Paul’s verslag van deze reis: Man in het zadel. Paul heeft er na zijn reis een aantal jaren in Bolivia hard aan gewerkt, de kritieken over het boek zijn lovend. Ik heb dit boek met heel veel plezier gelezen. Het boek geeft een goed gecondenseerde en gestructureerde versie weer van alles wat Paul en Guus meemaakten, maar plaatst er regelmatig ook extra inzichten bij. Het leest lekker, de tekst is heel toegankelijk, het prikkelt de fantasie. De reis van Paul en Guus was indertijd bijna live te volgen via het blog Guzzigalore. Dit blog bevat nog heel veel meer beschrijvingen en fotomateriaal van de wederwaardigheden van Paul en Guus. Het is ook leuk om de reacties van de lezers te lezen. Het boek en het blog vullen elkaar aan tot een mooi rond geheel.

Het verhaal gaat verder

Voor degenen die het boek hebben gelezen kan ik van harte aanraden om ook het blog te lezen. Het blog is bijgewerkt tot oktober 2017, dus het bevat nog heel wat informatie over hoe het verhaal verder gaat. Voor degenen die nu alleen het blog zouden willen lezen raad ik aan om toch ook het boek Man in het zadel te lezen. Het boek geeft je een hele leuke inleiding naar alles wat je in het blog over het vervolg kunt lezen.

Er is intussen een hoop gebeurd in Bolivia. De relatie met Roxana hield geen stand, Paul woont weer in Nederland, Guus is in Nederland. Ze leiden een ongeregeld bestaan: vrienden helpen Paul met onderdak vinden, de opbrengsten van het boek raken op, hij verdient nog geld met losse klussen, anderen helpen met het opknappen van Guus. Paul heeft het niet gemakkelijk, hij mist zijn zonen Santiago en Sebastián, hij wil samen met zijn ze kunnen zijn, daarvoor heeft hij geld nodig. Allengs groeit het plan om een nieuwe grote reis te ondernemen: Van hier tot Tokio. Paul moet op zoek gaan naar sponsoren die bereid zijn om zijn plannen al vooraf te financieren.

Van hier tot Tokio

Eind 2016, begin 2017 is Paul klaar met de voorbereidingen voor een volgende grote reis. Midden in onze Europese winter vertrekt hij. Uitgezwaaid door vrienden en bekenden rijdt hij in hoog tempo door Duitsland, naar Oostenrijk, naar Italië. Daar wil hij Guus laten signeren – zegenen wellicht – door de legendarische GP-coureur Valentino Rossi. Dat pakt iets anders uit wanneer hij kennis maakt met de vader van deze coureur, Graziano Rossi. Deze man mag eigenlijk beschouwd worden als de Godfather van de motorsport, hij zet maar liefst drie handtekeningen op Guus. Deze zegeningen van hoger hand blijken gedurende de reis van groter belang te zijn dan alle denkelijke voorbereidingen.

Wat volgt is een alsmaar doorgaande rit vanuit Europa, over de Balkan, door Siberië, helemaal naar Vladivostok. De reis is lang, met vele onverwacht grote hindernissen. Het weer zit soms flink tegen met regen, sneeuw, ijzel. Paul en Guus komen er door heen samen met een Spaanse motorvriend die toevallig ook daar rijdt. Er was niet altijd een hostel of hotel in de buurt. Soms sliepen ze noodgedwongen buiten bij temperaturen van -20 ºC. Bij het kampvuur hoorden ze wolven huilen in de omgeving. Op andere plekken waren ze beducht voor de in onze ogen misschien bekend staande rauwe bevolking, maffia misschien. Ze kregen hulp – eten en onderdak – van de aardigste mensen.

Grenzen tussen landen leken soms ondoordringbaar door allerlei bureaucratische hindernissen. Alleen handige fixers wisten de problemen op te lossen. Een avond wodka drinken met onbekenden laat hem flink beschadigd ontwaken op de intensive care van een ziekenhuis in Wolgograd. Guus, zijn bagage worden ongeschonden terug gevonden. In Siberië redt Paul bij een zwaar auto-ongeluk het leven van een zeventienjarige jongen. Russische media roepen hem uit tot held, daarna gaan deuren voor hem open. De reis staat bol van dit soort wendingen. Het lijken bizarre avonturen, maar Paul en Guus blijven doorrijden. Ze halen uiteindelijk ongeschonden Tokio, zoals gepland.

En nogmaals Guus dan? Onderweg mankeert Guus af en toe wel eens wat, maar geen enkel probleem leek onoplosbaar of onoverkomelijk. In de laatste dagen van de reis – in Japan – wordt aan Paul regelmatig gevraagd of hij de motor “vanuit Nederland heeft laten invliegen?”. Steevast kan hij antwoorden dat ze “rijdend zijn gekomen”. . . . “Of hij nog problemen heeft gehad?” . . . Het vast antwoord luide met overtuiging: “Geen een.”

In 2018 verschijnt Paul’s verslag van deze tweede reis: Van hier tot Tokio. Het boek leest even vlot als het eerste boek. De druk bij Paul om te presteren, om weer bij zijn jongens te kunnen zijn, is goed voelbaar. Er zit tempo flink in het verhaal, maar het voelt nooit gehaast. Door de tekst een zit voldoende materiaal om een indruk te krijgen van de ontberingen van Paul en Guus. Zoals ik hierboven al heb aangegeven valt dit boek mooi samen met het blog van Paul, Guzzigalore. Lezen dus.

Gaat het verhaal nog verder?

Paul is oorspronkelijk in Nigeria geboren, hij zou erheen willen. Een tocht van Zuid-Afrika naar Amsterdam bijvoorbeeld, dwars door het hart van het continent. Hij beseft zich dat het mogelijk geen prettig land is, met Boko Haram bijvoorbeeld, hij heeft geen behoefte om het gevaar op te zoeken. Het schrijven van deze twee boeken heeft Paul wel de gelegenheid gegeven om terug te gaan naar Sucre, Bolivia, naar zijn zonen. Guus vond in Nederland onderdak in de hobbywerkplaats van een dierbare vriend van Paul. In Sucre heeft Paul een derde boek geschreven: De coureur. Dat boek is in 2022 verschenen. Tijdens alle drukte rondom de promotie van het laatste boek in Nederland en het heen weer reizen naar Sucre heeft Paul een ernstig hartinfarct gekregen. Het was kantje boord. Zijn broer heeft een crowdfunding-actie opgezet om de operatiekosten te dekken. Dat is allemaal succesvol afgelopen.

Met Guus gingen de zaken aanvankelijk niet goed. De inspectie door Henk Boon bracht allerhande verborgen gebreken aan het licht. Het stuur was nog oké, de tankdop en de zwarte rubberen dopjes op de ventielen waren nog ok. Voor de rest was Guus rijp was voor de schroothoop. Het frame was op vier plaatsen gebroken. De bouten van de middenbok waren bijna doormidden gescheurd. Van de achternaaf was een stuk afgebroken, de wielen waren vierkant, de kabelboom was een zootje. Het blok bleek aan een grondige renovatie toe te zijn.

De werkzaamheden aan het blok hebben Oebele Herder van Herder Ital Motors en MotoPort Leeuwarden op zich genomen. De zuigers zijn voorzien van nieuwe veren. De vierbak is vervangen voor eentje met vijf versnellingen. Henk Boon heeft ieder ander onderdeel van Guus door zijn handen laten gaan en Guus vanaf niets opnieuw opgebouwd. Guus is eindelijk weer voorzien van een werkende snelheidsmeter en kilometerteller, met een dagteller en op lampjes voor de oliedruk en de dynamo. Guus heeft nu in het stuur verzonken rem- en knipperlichten. De remschoenen vervangen. Van de opbrengst van de door Graziano Rossi gesigneerde spatborden is een chromen setje aangeschaft en voor een prikkie een zadel gevonden op het internet.

Na een langdurige grondige renovatie werd Guus als nieuw – welhaast als een soort van Nederlands erfgoed – gepresenteerd op een Moto Guzzi onderdelenmarkt in Nieuwlande. Guus is klaar voor de volgende reizen. Paul werkt nu hard aan zijn herstel. We zijn benieuwd wat er nog gaat komen.

8 antwoorden op “Eugenio leest: Twee boeken van Paul van Hooff”

      1. Een uittreksel van jouw hand, Eugenio! Nou ja, meer zeg ik er maar niet over!!
        Interessant verslag en vast ook een leuk boek om te lezen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *